
Het diplomatiek offensief van VN-gezant Kofi Annan in Syrië lijkt de laatste strohalm voor een vreedzame oplossing van een nakende burgeroorlog. Als de 73-jarige Ghanees de opstandelingen en president Bashar al-Assad niet om de vergadertafel krijgt, roepen de Arabische Liga, Turkije en westerse landen luider om militaire interventie. Ze zien dat als een humanitaire verplichting aan de slachtoffers die vallen onder genadeloze repressie. En nu het dilemma: Laat de wereld zijn hart spreken? Of is het medicijn erger dan de kwaal bij een buitenlandse militaire interventie in Syrië? De voors en de tegens.
De eerste stappen bij ingrijpen zijn het uitroepen van ‘veilige havens’ voor ontheemden en tegenstanders van het regime langs de grenzen en het maken van corridors voor hulpgoederen naar belegerde steden als Homs en Hama. Voor handhaving is buitenlandse militaire aanwezigheid in de lucht en op de grond een voorwaarde, naast het leveren van wapens aan de opstandelingen. Voorstanders verzekeren dat Assad nooit vertrekt zonder geweld, dus wat zeuren we. De nieuwe grondwet geeft hem maximaal 14 jaar ‘legale’ macht. Zijn verdrijving levert daarnaast geopolitieke winst op. Het sjiitische regime van Iran dat verdacht wordt van de productie van atoombommen verliest zo een bondgenoot. En de Israël-vijandige Hezbollah in Libanon verzwakt, wat stabiliteit in de regio bevordert. Tot zover de voorstanders.
De tegenstanders hanteren een scala aan argumenten. Hoe ernstig de schending van mensenrechten ook, een militaire interventie zal erger zijn dan de kwaal, zo leert een rekensom. Volgens de VN zijn sinds het begin van de opstand, 15 maart vorig jaar, in Syrië ongeveer 7.500 doden gevallen. Daaronder zo’n 1.800 leden van de Syrische veiligheidskrachten. En als we aannemen dat ongeveer evenveel opstandelingen omkwamen, dan zijn er 4.000 burgers gestorven. Stort je daarvoor een heel land in een oncontroleerbaar conflict? Dat je met een invasie onschuldigen redt, is een idée fixe. De interventie in Irak in maart 2003 om Saddam te verdrijven, resulteerde volgens voorzichtige cijfers in 115.00 burgerslachtoffers.
Daarnaast zijn er juridische obstakels. De permanente leden van de Veiligheidsraad China en Rusland gebruiken hun vetorecht om de interventie juridisch te ondergraven. Zonder hun toestemming in de Veiligheidsraad druist een invasie in tegen het internationaal recht dat inmenging bij binnenlandse aangelegenheden verbiedt. Dat is maar goed ook: anders regeert de wet van de jungle.
Ander probleempje: de eenheid bij de oppositie is ver te zoeken. De Syrische Nationale Raad, actief in het buitenland, pleit vóór militair ingrijpen, veel binnenlandse groepen zijn tegen. Dezelfde tegenspelers bieden geen alternatief na de verdrijving van Assad, dus chaos à la Irak dreigt. Daarbij: waar haal je een interventieleger van minimaal 100.000 manschappen vandaan? Minder is onverantwoordelijk. De Syrische strijdkrachten zijn – met zo’n 250.000 direct inzetbare militairen – tienmaal sterker dan de Libische strijdkrachten die door de NAVO in 2011 pas na een half jaar strijd kon worden verdreven. En oorlogvoeren loopt in de papieren. De kosten voor de multinationale aanwezigheid in Afghanistan, gesteund door ruim veertig landen, bedragen sinds 2001 meer dan 500 miljard euro.
Dat is een startbedrag. Een full scale war in Syrië zal overslaan naar buurlanden, met alle gevolgen voor de stabiliteit van het Midden-Oosten. De olieprijs (nu $107 per vat) zal gigantisch stijgen met desastreuze gevolgen voor de vele kwakkelende economieën. Tel je alle voor- en nadelen op, dan is de eindstand drie argumenten voor en tien tegen militaire inmenging. Aan gezant Kofi Annan de uitdaging om de 23 miljoen inwoners van Syrië en de rest van de wereld voor een catastrofe te behoeden.
Het artikel Moeten we nou ingrijpen in Syrië stond in De Pers plus de altijd leuke reacties. De foto nam ik in Homs.
justHarry schreef deze reactie
vrijdag 16 maart 2012
Democratuur schreef deze reactie
vrijdag 16 maart 2012
foxhond schreef deze reactie
vrijdag 01 juni 2012
foxhond schreef deze reactie
vrijdag 01 juni 2012