Hetzelfde rampscenario dreigt ook voor Libië, stelt de goed geklede spreekbuis, die zijn dunne haren over zijn schedel heeft gekamd. De opstandelingen hebben een Nationale Libische Raad geformeerd, maar niemand weet wie en hoeveel mensen die vertegenwoordigt. Libië kent bij elkaar zo'n 140 stammen, substammen en substammetjes die geen bemoeienis van buitenaf accepteren. Alleen Gaddafi krijgt ze op één lijn.
De woordvoerder van de Libische 'volksrepubliek' ziet meer parallellen: 'Irak kwam onder de invloed van omliggende landen als Iran, dat dreigt hier ook.' Hij waarschuwt voor terreurgroepen als Al-Qaida, die in het machtsvacuüm zullen springen, net zoals in Irak. Enorme aantallen vluchtelingen zullen Europa overspoelen, net als toen. De aanvallers realiseren zich niet dat dictators ook hun voordeel hebben, lijkt hij ermee te willen zeggen. Moussa Ibrahim wijst op de belangrijkste overeenkomst: 'Beide oorlogen hebben hetzelfde doel: olie.' Irak en Libië hebben grote voorraden fossiele brandstoffen. De prijs in menselijke ellende is daaraan ondergeschikt, volgens hem. 'Olie is dikker dan bloed.'
Als propagandamiddel is Moussa's vergelijking tussen de twee Arabische landen niet bijzonder geschikt. We weten hoe het is afgelopen met Saddam Hoessein. Na 35 jaar alleenheerschappij werd hij verdreven en op 30 december 2006 opgehangen. Muammar Gaddafi (68) overleefde net als Saddam de eerste bombardementen op zijn complex. Maar na week hebben vliegtuigbommen en kruisraketten nagenoeg alle radarinstallaties uitgeschakeld en zijn de NAVO-landen heer en meester in het Libische luchtruim. Zoals toen.
Onderwijl komen er mensen om. Sergeant Fatih Issa Abu Bakr was 29 toen hij met kornuiten op de vlucht sloeg uit de omgeving van de opstandelingenhoofdstad Benghazi. Franse gevechtsvliegtuigen waren gesignaleerd. De no-flyzone was juist van kracht en ze waren bang dat hun materieel aan kanonnen, tanks en vrachtwagens een doelwit zouden vormen. Dus reden ze halsoverkop naar hun basis in Ajdabiya. Fatih zou er nooit aankomen, vertelt zijn oom Saleh Muttar Ibrahim, een docent aan de Baniwalid-universiteit. Het konvooi werd beschoten waarbij tientallen Gaddafi-getrouwen de dood vonden. De ooms van vader en moeder zitten in het eenvoudige huis. Geen stoelen of banken maar matrassen en kussens langs de muur. Een portret van leider Gaddafi op het enige meubelstuk, de televisie. Hij toont zijn foto, een jongen met een smal gezicht en een lange neus die emotieloos de lens inkijkt. 'Hij gaf zijn leven voor zijn vaderland en zijn leider.' zegt een oom. Een ander: 'Hij stierf als martelaar.'
Direct na zijn middelbare school meldde Fatih zich bij het leger en na tien jaar was hij opgeklommen tot onder-officier infanterist bij de Sadi-Brigade. Hij trouwde en kreeg twee kinderen. Een geliefd persoon, hielp iedereen, weten de aanwezigen, terwijl buiten vrouwen pro-Gaddafi leuzen schreeuwen. Een haalt de trekker over van een geweer. 'Hij vocht tegen benden van niet-Libiërs, ook Afghanen, zeggen de mannen. Hij is hier begraven. Zijn vrouw en zijn twee kinderen van een en twee jaar zijn vertrokken naar haar vader, dat is onze cultuur.' Regelmatige controles door militairen en burgerwachten vertragen het 160 kilometer lange traject door de woestijn. De tanks die op belangrijke kruispunten stonden opgesteld zijn verdwenen uit angst voor aanvallen. Het luchtafweergeschut is gemonteerd op pick-ups en zoekt om dezelfde reden steeds een andere locatie. Om de luchtaanvallers te misleiden steken bij een checkpoint vier ijzeren buizen uit een stuk beton. Uit passerende bussen zwaaien militairen die op weg zijn naar het front. Beelden die ik ook uit Irak ken.
De verhalen Sergeant Fatih haalde basis niet en Spreekbuis Gaddafi weet precies hoe het zit staan in hun geheel in De Pers.
De foto nam ik voor het huis van de omgekomen militair. Zijn foto wordt getoond naast die van zijn twee kinderen.
Derek schreef deze reactie
vrijdag 01 april 2011
Derek schreef deze reactie
vrijdag 01 april 2011