Home

Groeten Uit Kunduz

E-mail Afdrukken PDF

 

Nederland wil een trainingsmissie sturen naar de Afghaanse provincie Kunduz. Maandag ben ik uitgenodigd voor de parlementaire hoorzitting. Alvast een voorproefje uit de eerste hand van het front. Met grote stappen baggert een boze mullah Shamsdin, 55 jaar met lange grijze baard, door de sneeuw richting huis. Althans wat rest: de dikke lemen muren staan nog; het dak is verdwenen. Zijn onderkomen in de streek Bagh Shirkat, een vlakte ten noordwesten van Kunduz-stad, lag twee maanden geleden in de vuurlinie. 'De taliban hadden hun hoofdkwartier een paar huizen verder. Van de andere kant kwamen Amerikaanse tanks ondersteund door het Afghaanse Nationale Leger.'  De mullah wijst naar de omliggende gehavende woonhuizen waar een doek inmiddels de voordeur vervangt. 'Er zit geen glas meer in de vensters.' Geld voor verwarming ontbreekt bij de meeste van de 400 berooide families die op de vlucht voor eerder geweld hier zijn neergestreken.  Terwijl de witte vlokken opnieuw vallen, kruipen buren uit hun schamele onderkomens. Een man op slippers: 'iedereen die hier woont lag onder raketvuur maar we krijgen geen hulp.'

Het front in de Afghaanse noordelijke provincie Kunduz waar volgens plan dit voorjaar 340 Nederlandse opleiders en hun bescherming een trainingsmissie aanvangen, begint enkele kilometers buiten de gelijknamige provinciehoofdstad.  Stokken markeren de plaatsen waar bermbommen gaten bliezen in de onverharde weg. Okerkleurige Amerikaanse gevechtswagens patrouilleren tussen de ommuurde qala's en boomgaarden waar opstandelingen bij het laatste offensief dat enkele weken geleden afliep zijn verdreven. De achterblijvers worden na de schoonmaakactie lastiggevallen. Chauffeur Haseb verhaalt dat lokale milities, 'arbakai', terreur uitoefenen tegen leden van de bevolkingsgroep Pathanen, die in Kunduz zo'n 40 procent van de circa een miljoen inwoners uitmaken. 'Mijn neven moesten hun telefoons en geld afstaan en werden geslagen. Ze denken dat wij de taliban steunen.' Bewoner Qari Sarjdin is door militairen van het Nationale leger in elkaar geslagen. 'Iedereen die een baard draagt is verdacht.'

Sneeuw en modder leggen de grootste schermutselingen tot het voorjaar stil. Dan zullen onder de beschutting van het bladerdek de islamitische opstandelingen hun veroverde gebied terug willen veroveren, zo is de voorspelling. Door Kunduz loopt een strategische bevoorradingsweg weg uit buurland Tadzikistan naar de hoofdstad Kaboel. Voor de pas aangetreden gouverneur van Kunduz Mohammad Anwar Jekdalek, 58 jaar met een traditionele ronde pakol-muts op zijn hoofd, gloort echter hoop, vertelt hij in het eerste gesprek met de Nederlandse media. 'De buitenlandse troepen verlaten in 2014 Afghanistan. Voor de opstandelingen is er geen reden meer om te vechten tegen de eigen regering. We hebben al gesprekken gevoerd met leden van de islamitische partij van krijgsheer Gulbudin Hekmaktyar.' Troepen van deze warlord zijn na de taliban de grootste regeringstegenstander in Kunduz.

De komst van de Nederlanders, een schijntje naast de zo'n 1.400 Amerikaanse en 1.300 Duitse militairen in zijn provincie, ziet hij als een andere positief punt. 'Ze komen onze mensen trainen en dat is fijn voor de toekomst van ons land.' Helemaal gerust op de goede afloop is Jekdalek, voormalig worstelaar en ex-voorzitter van het Afghaanse Olympisch comité overigens niet. Het gouverneursgebouw is zwaar beveiligd; zijn voorganger Mohammed Omar kwam 9 oktober vorig jaar om het leven bij een bomaanslag. En een missie van drie jaar zoals kabinet Rutte voorstelt is wat aan de korte kant. Zo snel zal de vrede ook weer niet losbarsten. 'De Nederlanders moeten blijven trainen totdat we kunnen vertrouwen op onze eigen veiligheidstroepen.'

Verderop in het drukke centrum nipt hoofdambtenaar Hamidullah aan zijn thee. Het kernprobleem van de provincie is niet de oorlog maar de werkloosheid, doceert hij. 'Als je geen werk hebt en iemand geeft je geld om een bermbom te plaatsen, wat doen je dan?' Kunduz verbouwt als een van de weinige van de 34 Afghaanse provincies geen papaver, grondstof voor de lucratieve opium. 'Rijst en bonen brengen niet zoveel op en de kunstmest is duur.' Volgens de ambtenaar bezitten zo'n drieduizend grootgrondeigenaren alle landbouwpercelen in de provincie, qua oppervlakte eenvijfde Nederland. 50 tot 60.000 kleine pachters met vaak grote gezinnen zijn gedwongen een deel van hun toch al schamele oogst af te staan. 'Wil je de opstand stoppen moet je eerst de grote tegenstellingen in rijkdom aanpakken.' Een altijd nog kwaaie mullah Shamsin en andere oorlogsontheemden hebben niet zoveel tijd in het gure winterslandschap. 'We willen onderdak, warmte en eten van de regering. Als ze dat niet geeft zullen we omkomen.'

Het verhaal Werkloosheid is het kernprobleem staat in De Pers. Over de komst van de Nederlandse missie en dat de Duitse gastheren daarvoor geen slaapplaats hebben, schreef ik Willkommen: jullie kunnen in de kantine slapen

De foto van de verkleumde kinderen nam ik buiten de provinciehoofdstad.

 
Labels: Afghanistan

Nieuwsbrief







Laatste artikelen