Maar zijn er wel buitenlandse trainers nodig? Afghanen zijn strijdlustig, in menig huis is een wapen voor handen. De mudjahedeen, die tussen 1979 en 1989 tegen de Russen vochten, hadden nimmer een militaire scholing genoten. Ze droegen geen uniform, maar hun traditionele salwar kameez en sandalen. Toch joegen ze de Russen weg, omdat ze gemotiveerd waren en zelfs het zwaarste offer wilden brengen: hun leven. Die overwinningsspirit kunnen Nederlandse trainers de aspirant-leden van het Afghan National Army of Afghan National Police nooit bijbrengen. De motivatie om te vechten voor een corrupte regering gesteund door westerse, niet-islamitische landen is laag. De desertie is hoog, met meeneming van het gratis verschafte wapen.
Waarom zouden wij de trainers en de hun assisterende militairen dan slachtofferen? In september werd het record aantal gesneuvelde buitenlandse militairen van vorig jaar (521) al overtroffen. Van brede maatschappelijke steun is geen sprake, noch in Afghanistan noch in Nederland. Slechts één op de drie Nederlanders steunde onze aanwezigheid in Uruzgan, die ten koste van 24 Nederlandse levens eind juli afliep en de opstandelingen allerminst verzwakte.
Na de 'opbouwmissie' was er bij de oorlogspropagandisten behoefte aan een nieuwe verhullende slogan voor een strijd die zelfs door de meest gezaghebbende strategen als verloren wordt beschouwd: 'trainingsmissie'. We zijn gewaarschuwd.
De discussie blijven of vertrekken vandaag in De Pers.
Dat na vertrek uit Uruzgan een nieuwe missie een kwestie van tijd was, voorspelde ik al in We blijven in Uruzgan.
Lees dat het werk van hulpverleners, ondanks buitenlandse militaire aanwezigheid in Afghanistan, de laatste jaren niet veiliger is geworden. Een bedankje kan er niet meer van af.
De foto nam ik in de provincie Kandahar in 2005. Brommernozems met cameraschuwe Nederlandse commando's op de achtergrond.



Hugo Freutel schreef deze reactie
donderdag 23 september 2010
Sonja schreef deze reactie
donderdag 18 november 2010