Home

1, 2, 3 what are we fighting for?

E-mail Afdrukken PDF

 

De Amerikaanse president Barack Obama stuurt 30.000 extra manschappen naar Afghanistan en wil vanaf medio 2011 de boel inpakken. Over de Uruzgan-strategie van Nederland bestaat nog steeds onduidelijkheid: Blijven of (gedeeltelijk) weggaan. Voordat de beslissing valt is het goed op een rij te zetten wat het doel van onze missie was en wat daar inmiddels van is bereikt. Dat deed ik voor mijn krant.... De beloften voor een succesvolle missie Uruzgan klonken goed en weldoordacht. In een brief aan de Tweede Kamer op 22 december 2005 schreef het kabinet Balkenende III de dat het 'van cruciaal belang (is) dat de militairen in Zuid-Afghanistan zich niet beperken tot het enkele bevorderen van veiligheid en stabiliteit. Zij zullen zich ook bezighouden met het scheppen van de voorwaarden voor bestuurlijke en economische opbouw.' Een all-in-one aanpak dus: Opbouwen als het kan, vechten als het moet. En als we de verhalen mogen geloven lukt dat aardig.

Na zijn laatste bezoek aan Uruzgan, afgelopen week, ronkte minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders dat er 'driemaal zoveel scholen' staan als bij het begin van de missie op 1 augustus 2006. Iedereen neemt dat voor zoete koek aan. Maar volgens het directoraat Onderwijs van Uruzgan, bestonden deze zomer 60 van de 205 scholen alleen nog op de tekentafel. Ook vergat de minister dat zo´n 50 scholen na dreiging van de taliban inmiddels zijn gesloten of verwoest. Met het onderwijs in Uruzgan is trouwens van alles mis. Neem de belangenverstrengeling. De zoon van de provinciale onderwijs directeur bouwt met Nederlands geld scholen van slechte kwaliteit. Maar niemand die er wat aan kan doen. Tweederde van het onderwijzend personeel wordt niet of veel te laat betaald door de gouverneur. Noodgedwongen vragen leraren lesgeld van hun leerlingen. Wat grote gezinnen dwingt kinderen thuis te houden. Meisjes komen er nog altijd bekaaid vanaf. Er gaan ruim tienmaal zoveel jongens naar school in Uruzgan.

Niets is wat het lijkt in Uruzgan, zoveel is duidelijk na precies veertig maanden Nederlandse aanwezigheid. Het kabinet beloofde in Kamerbrieven sinds 2006, de laatste op 11 november jongsleden, dat 'gekozen is voor middelen om vrouwen te bereiken in alle projecten die Nederland financiert.' Directeur vrouwenzaken Faristha in Uruzgan, de belangrijkste regeringvertegenwoordigster in de provincie, hoont om deze woorden. Van haar mag Nederland vertrekken, zei ze vorige week nog in De Pers. 'We hebben voorstellen ingediend voor projecten als het opzetten van naaiateliers, een project om kippen en eieren uit te delen en een project om dagen als moederdag, kinderdag en vrouwendag te introduceren. Maar geen enkel project is aangenomen.' De veiligheid voor vrouwen is evenmin verbeterd. Nog steeds durven vrouwen nauwelijks buiten te komen.

Voor de economische vooruitgang van de straatarme provincie moesten hulporganisaties komen. Het aantal Niet Gouvermentele Organisaties is in drie jaar gegroeid van vier tot vijftig, zei minister Koenders trots. Maar de meeste NGO's zijn uitvoerders, 'sub-contractors', stelt een Nederlandse ontwikkelingswerker. Ze verdelen bomen of graven kanaaltjes. Veel werk ligt buiten de Tarin Kowt waar Nederlanders vanwege de onveiligheid niet kunnen komen. De grootste NGO, de Duitse Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit mag 34 miljoen (van de 100 miljoen) euro Nederlands ontwikkelingsgeld besteden. Het meest omvangrijke project, de weg tussen Tarin Kowt en Chora, ligt al maanden door onveiligheid en problemen met de aannemer stil. De papaverteelt, grondstof voor opium, is in de provincie Uruzgan na drie jaar nauwelijks afgenomen. Terwijl toenmalig Minister van defensie Henk Kamp op 7 februari 2007 in de Groene Amsterdammer stoomde dat het uit moet zijn met de opium in Urzugan. 'We moeten het voor elkáár krijgen, met al het geld en alle energie waarmee we militair en met ontwikkelingssamenwerking in Uruzgan actief zijn.' Maar nog altijd eisen de taliban zo'n 15 procent op van de opiumoogst en betaalt daarvan de strijd. Nederland zit in een spagaat. De taliban verdient nu meer aan de opium dan tien jaar geleden, stelde het VN-bureau voor de bestrijding van drugs en criminaliteit UNDOC dit najaar vast. Vernietiging van de oogst is lastig want nagenoeg elke boer verbouwt papaver. Alternatieven in Uruzgan als de verbouw van saffraan blijven beperkt tot 100 hectare op 10.000 hectare papaver.

Op één punt verdient de internationale gemeenschap wel een pluim. De gezondheidszorg in Uruzgan is veel beter geworden. Driekwart van de kinderen is gevaccineerd. Daar heeft Nederland bij geholpen maar ook organisaties als US AID. Het succes kent wel een schaduwkant. Gezondheidsposten staan ook in gebieden beheerst door de taliban. De opstandelingen laten hun gewonden er verzorgen, dus indirect helpt de Nederlandse belastingbetaler de vijand van zijn eigen soldaten op te lappen.

Maar met pleisters plakken win je de oorlog niet. Het belangrijkste doel blijft de Opposing Militant Forces verjagen. Toenmalig Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn achtte in een brief van het Ministerie van Defensie op 24 januari 2006 een militaire operatie tegen die opstandelingen in Zuid-Afghanistan uitdagend maar uitvoerbaar en verantwoord. Dat was voordat een Nederlandse militair één stap had gezet in Uruzgan. Hij introduceerde de smile-and-wave-tactiek. Daarbij werden de taliban niet opgejaagd. Die zagen hun kans schoon en rukten op tot de steden. Alleen met zware offensieven in juni en september 2007 kon het verloren terrein in Chora en Deh Rawod worden heroverd. Wat ten koste ging van veel slachtoffers en kwaad bloed zette bij de bevolking. De inktvlek, het terrein dat onder controle is, krimpt nu weer in. Alleen de grote centra Tarin Kowt en Deh Rawod zijn relatief rustig, hoewel aanslagen en beschietingen voorkomen. Vier van de zeven districten zijn (bijna) geheel in handen door de opstandelingen. De belangrijkste aanvoerweg, die uit Kandahar, wordt na drie jaar nog altijd gecontroleerd door de taliban. Voor dit resultaat vielen aan Nederlandse zijde inmiddels 21 doden en zo'n 125 gewonden.

Intussen gaat het langzaam met de opbouw van het Afghaanse leger. De 4th Brigade van het Afghan National Army in Uruzgan telt zo´n 1750 actieve militairen. Te weinig om de Nederlanders te vervangen. Binnen de Afghaanse strijdkrachten heerst verdeeldheid tussen de Tadjieken die 40 procent van de ANA uitmaken en de grootste bevolkingsgroep, de Pathanen die 25 procent leveren. Daarbij worden de militairen opgeleid in klassieke strijdmethoden die tegen guerrilla het onderspit delven. Ook is er veel desertie want de ´spirit´ om te vechten, zoals tegen de Russen, ontbreekt. Talibanstrijders bestaan namelijk hoofdzakelijk uit landgenoten. Na ruim drie jaar training zei commandant van Task Force Uruzgan Marc van Uhm tegen mij: 'Ik denk dat op dit moment de situatie is dat de Afghanen het nog niet alleen kunnen.'

Ook belangrijk is het vermelden wat we 'de randvoorwaarden' voor een beter bestuur zouden schapen, althans dat vond het kabinet bij de voorbereidingen eind 2005. De vorige gouverneur Hakim Munib en politiechef Qasem, ooit enthousiast binnengehaald, moesten wegens corruptie en incompetentie vertrekken. De vraag is hoelang de huidige gouverneur Assadullah Hamdam aan blijft. Bij een opiniepeiling van het onderzoeksbureau Asia Foundation dit jaar bleek dat 63 procent van de bevolking ontevreden is over het provinciaal bestuur. Commandant Marc van Uhm als onverdachte bron geciteerd over het resultaat na veertig maanden: ´Ik denk dat het grootste probleem van Afghanistan de kwaliteit van het bestuur is.'

Het artikel Stand na veertig maanden in De Pers kunt u hier nalezen.

Trouwens: Bij het schrijven moest ik denken aan Country Joe & The Fish. U kent het lied vast: 'I feel like I'm fixing to die' (beter bekend als '1, 2, 3 what are we fighting for'). Zo niet. Hier terug te zien bij Woodstock. Een aanrader. Vervang in gedachte het woord 'Vietnam' voor 'Afghanistan'.

De foto maakte ik afgelopen maand in Tarin Kowt. Een stilleven. U weet: het ligt nooit aan de mensen. Wel aan de leiders die ze kiezen.

 
Labels: Afghanistan

Nieuwsbrief







Laatste artikelen