Home

Een bloedbad in juli

E-mail Afdrukken PDF

In juli 2006 kwamen naar schatting zestig mensen om bij bombardementen op en gevechten rond drie dorpen in de provincie Uruzgan. Nederlandse militairen namen als ‘flankbescherming’ mee aan de actie en doodden achttien mensen. Maakt ze dat mogelijk medeplichtig aan oorlogsmisdaden? Dat vraag ik me deze week af in Revu.
Een zuiveringsoperatie door Amerikaanse, Afghaanse en Nederlandse militairen werd in de nacht van 9 op 10 juli ingeluid met een bombardement van Amerikaanse B1-bommenwerpers op de dorpen Kakrak, Dehjawz en Pirosha. Daarna volgden nog twee bombardementen, waarvan de laatste op 19 juli. Getuigen en de Onafhankelijke Afghaanse mensenrechtencommissie AIHRC spreken van tientallen doden en gewonden (zie foto). Een getuige sprak van executie van gevangenen. In mijn artikel constateer ik tegenstrijdigheden uit de mond van Defensie, onder andere over de luchtsteun en het aantal burgerslachtoffers. Reden genoeg voor een onderzoek lijkt me. Maar het OM meldt: ‘De tot nu toe door de Koninklijke Marechaussee, aan het Openbaar Ministerie Arnhem gerapporteerde geweldsaanwendingen hebben vooralsnog niet geleid tot het oordeel dat er een nader (strafrechtelijk) onderzoek dient te worden ingesteld naar de rechtmatigheid van de geweldsaanwending.’
Een vreemde gang van zaken met al die contradicties.
(Het hele verhaal staat op mijn website onder hoofdstuk 'artikelen')
 
Labels: Afghanistan

Nieuwsbrief







Laatste artikelen