Home

Zorgwekkend België

E-mail Afdrukken PDF
et complete interview met mij over de militaire deelname van België in Zuid-Afghanistan, bestemd voor Knack maar daar om ondoorgrondelijke reden ingekort tot een internetpagina (zie blog van 11 juni), staat nu op de site van Indymedia. De interviewers zijn Arno Vanden Eynde en Leo Broers. Aardige Vlaamse jongens die wel het belang zien van discussie bij zo’n belangrijke politieke beslissing. Ik ben zo vrij en heb het gesprek gekopieerd. Lees ‘t!
De kop luidt:

“Het is zorgwekkend dat het zo stil blijft in België”

En dan nu de tekst:
Totnogtoe bleef de deelname van het Belgische leger in Afghanistan rustig en vrijwel onbesproken. Maar daar komt in september verandering in, want dan zal ons land de Navo versterken met vier F-16’s en honderdveertig extra troepen. “Dat lijkt heel clean,” zegt oorlogsverslaggever Arnold Karskens hierover, “maar die bommenwerpers maken juist de meeste burgerslachtoffers. Voor je het weet zit België midden in de oorlog.”
Het verhaal gaat dat kort na zijn overweldigende verkiezingsoverwinning Yves Leterme (CD&V) gecontacteerd werd door Jan-Peter Balkenende (CDA), de Nederlandse premier van dezelfde politieke familie. Die zou Leterme aangespoord hebben om ook eens iets te doen in Zuid-Afghanistan. Op dat verzoek kwam gevolg toen Pieter De Crem, de nieuwe CD&V minister van Defensie in februari verklaarde dat de regering beslist heeft om met vier F-16's het Belgisch engagement in Afghanistan te vergroten.
'Belgie zet een heel gevaarlijke stap', waarschuwt Arnold Karskens, de langst werkende oorlogsverslaggever van Nederland. Karskens (53) kent Afghanistan heel goed. Hij kwam er voor het eerst tijdens de Russische bezetting in 1982 en keerde terug toen de Amerikanen er binnenvielen na 9/11.
In de aanloop van de Nederlandse heropbouwmissie in Uruzgan, een gevaarlijke procincie in Zuid-Afghanistan, werd Karskens gevraagd voor een parlementaire hoorzitting. Zijn commentaar was scherp: “Als u naar Uruzgan gaat om te vechten met de Taliban, kunt u er uw hart ophalen. Maar als u aan wederopbouw wilt doen zal u van een koude kermis terugkomen.”
Intussen is het al meer dan twee jaar geleden dat de Nederlandse troepen het roer van de Uruzgan Task Force van de Amerikanen hebben overgenomen, maar van de beloofde wederopbouw is nog maar weinig gerealiseerd. De ISAF (International Security Assistance Force) is verantwoordelijk voor honderden burgerslachtoffers en de vernieling van heel wat dorpen. Op steun van de bevolking moet de NAVO bijgevolg niet meer rekenen. En ook bij de Nederlanders, die al zestien van hun jongens verloren hebben in Afghanistan, neemt het draagvlak voor de oorlog zienderogen af.
Dat over de F-16's nog maar weinig ruchtbaarheid gemaakt is in ons land, noemt Karskens ronduit zorgwekkend. “Hierover moet nú een publiek debat op gang komen, want eenmaal je een jaar verder bent, sta je misschien met je enkels -of dieper- in het moeras. En kom er dan maar eens weer uit.”

U spreekt zich openlijk uit tegen de Navo-missie in Afghanistan. Waarom?
KARSKENS: “Het is de les van de geschiedenis die ik herhaal. Die oorlog kan je nooit winnen. Daarover zijn de meeste Russische generaals en krijgskundigen het met mij eens. De Russen konden de Mujehadeen destijds ook niet verslaan. De Talibans met hun AK-47’s en hun mijnen vechten op dezelfde wijze als de Mujehadeen toen en de Russen beschikten over gevechtshelikopters en bommenwerpers zoals de ISAF-troepen vandaag. Militair is het een onbegonnen zaak. Het is uitgesloten dat je de Taliban verslaat, tenzij je alle Afghanen uitmoordt. En dat is nu ook weer niet de bedoeling.”

Nederland zou instaan voor de wederopbouw in Uruzgan, het zou toch geen vechtmissie worden?
KARSKENS: “Zo werd het inderdaad verkocht in Nederland. Hadden ze van bij het begin gezegd dat het een vechtmissie zou worden, dan had niemand het gesteund. Ik was daar al voor de Nederlandse troepen daar waren. Uruzgan is gewoon oorlogsgebied. Dan hebben spin doctors de missie maar in een feestverpakking gestopt. We zouden er allemaal goede dingen doen zoals wegen aanleggen, waterputten slaan en schooltjes bouwen. En dan vooral meisjesscholen. Maar je kan de schuur niet verbouwen terwijl het huis in brand staat. Bijgevolg is er na twee jaar nog niet één meisjesschool gebouwd. Ze vernielen meer dan dat ze wederopbouwen.”

Beweert u dat de wederopbouw een voorwendsel was om ten oorlog te trekken?
KARSKENS: “Ja. Het Nederlandse Provenciaal Reconstructie Team (de militaire eenheid die civiele taken op zich neemt zoals de heropbouw of essentiële dienstverlening, nvdr) bestaat uit zo’n zestig manschappen. Die andere duizend troepen sturen we om die zestig te beschermen. In plaats van gewoon te zeggen dat we gaan om te knokken. De rest is toch maar een gordijn om alles achter te verbergen.”

Maar u kan er toch niets op tegen hebben dat de Navo Afghanistan van de Taliban verlost?
KARSKENS: “Ik klaag ook niet wanneer iemand van de Taliban doodgeschoten wordt, maar ze gooien daarbij ganse dorpen plat. Het aantal Talibs dat wordt aangepakt, is niet in verhouding met de vernieling die we aanrichten. Ik heb notitieboekjes vol met getuigenissen van mensen die familie verloren hebben door beschietingen van coalitietroepen. Onlangs schreef ik voor het dagblad De Pers het verhaal van een man die zes van zijn negen zonen verloren heeft bij een bombardement in Chora (district in Uruzgan, nvdr). Daarbij werden veertig qala’s (grote ommuurde woongemeenschappen) vernield. Die man verloor op slag 22 familieleden bij die aanslag.”

Het Internationaal Humanitair Recht zegt dat er een duidelijk onderscheid moet zijn tussen militaire doelwitten en burgerdoelwitten.
KARSKENS: “Ja, natuurlijk. Ik noem het dan ook echte oorlogsmisdaden. Sinds juni van vorig jaar onderzoekt het Openbaar Ministerie in Nederland of de Rules of Engagement (inzetregels, nvdr) bij die aanslag in Chora wel correct waren nageleefd. Zelfs ISAF-commandant generaal McNeill heeft toegegeven dat de aanval een schending van het oorlogsrecht was. Je mag niet zomaar bombarderen zonder te weten waar je op richt. En dat hebben ze wél gedaan. Daarom is het Openbaar Ministerie er al zo lang mee bezig. Die weten ook wel dat de militairen fouten begaan hebben. Wacht maar, je zal zien dat de afronding van het onderzoek er komt tijdens de zomer wanneer iedereen met vakantie is, om zo weinig mogelijk ruchtbaarheid rond de zaak te genereren.”

Zijn die bombardementen door Nederlandse troepen uitgevoerd?
KARSKENS: “Die bommenwerpers stonden onder bevel van de Uruzgan Task Force, dat door Nederland wordt geleid. Het maakt verder niet uit of het toestel Nederlands of Amerikaans was, want de uiteindelijke verantwoordelijkheid -dus ook de politieke verantwoordelijkheid- ligt bij de Nederlanders.”

Hoe kijken de Afghanen aan tegen de Navo-interventie?
KARSKENS: “Ik had al polshoogte genomen in Uruzgan voor het Nederlandse leger daar was. Toen zagen de Afghanen het eigenlijk wel zitten, omdat er hen schooltjes beloofd werden en nieuwe wegen. Maar wat ze zich niet realiseerden is dat ze meteen ook de oorlog binnenhaalden. Moest ISAF in één keer vrede brengen in de provincie, dan is dat goed, maar in Uruzgan zien ze alleen maar een stijging van het aantal bombardementen en het aantal slachtoffers. Een belangrijke rechter in Uruzgan vertelde me dat er het laatste anderhalf jaar meer dan vijfhonderd onschuldige burgers gevallen zijn. Voor het overgrote deel van die slachtoffers zijn de buitenlandse troepen verantwoordelijk, want die hebben de grote bommen en granaten die ganse dorpen vernielen en kinderen bedelven onder de zware lemen muren van de getroffen huizen. Dan hebben de Afghanen uiteindelijk toch liever de Taliban. Hun AK47’s maken niet zoveel slachtoffers. Wanneer je achter een muurtje schuilt overkomt je helemaal niets.”

Speelt de oorlog zo niet in de kaart van de Taliban?
KARSKENS: “Zeker in de bergdorpen van Uruzgan. Daar zijn de mensen oerconservatief en het is maar een kleine stap van hun denken naar het Taliban-denken. Vooral wanneer een blonde Westerse vrouw in legeruniform hen komt vertellen wat ze moeten doen. Vanuit onze levensbeschouwing kunnen we misschien wel zeggen dat dat moet kunnen, maar in Afghanistan ligt dat anders. Trouwens, wij zouden het ook niet pikken moest een vrouw in boerka ons hier de les komen lezen.”

Uw kritiek op de Nederlandse deelname in Afghanistan, maakt van u een luis in de pels van de politiek. Voelt u zich daar niet onwennig bij?
KARSKENS: “Ik zeg altijd: I am not in the business to be liked. Ik doe het niet om schouderklopjes te krijgen. De dag dat de minister van Defensie over mij zegt dat ik een goede journalist ben, zit het totaal fout hoor. Het feit dat ze het over jou hebben, wil zeggen dat je mening er wel toe doet.”

U bent ook een luis in de journalistieke pers. U bent de enige Nederlandse
journalist die weigert de oorlog te verslaan vanonder de beschermende vleugels van het leger. Waarom?

KARSKENS: “Een journalist moet altijd kritisch blijven. En als oorlogsverslaggever is het je primaire taak om schendingen tegen de mensenrechten te registreren en niet zoals mijn embedded collega’s doen: vertellen hoe leuk de militairen het hebben, hoe lekker het eten is in Kamp Holland en of de post op tijd komt. Het is een gemakzuchtige oplossing én het is financieel voordelig, want het kost de journalisten helemaal niets. Embedded journalisten hebben doorgaans weinig ervaring en geloven al die oorlogspropaganda meestal wel. Maar het ergste is dat ze zich vrijwillig laten kortwieken.”

Dus kiest u de moeilijke weg en trekt u er op uit in het door oorlog geteisterde Zuid-Afghanistan?
KARSKENS: “Het is een deel van het journalistieke werk: zorgen dat je goede contacten hebt die je veilig doorheen het land brengen. In Irak was de verslaggeving gemakkelijker, omdat je de oorlog vanop het dak van je hotel kon verslaan. In Afghanistan moet je echt het land in en dat kost meer tijd. Heel wat journalisten vinden dat maar niks en laten zich bijgevolg inlijven door Defensie. Maar het kan natuurlijk niet dat je je stukken laat censureren door het leger. Dat doe je zo al niet en dat moet je zeker niet doen in een oorlogssituatie. Embedded journalistiek is censuur en kan je dus nooit goedkeuren.”

En zo blijft Nederland onwetend over wat er zich echt afspeelt aan het front.
KARSKENS: “Ja, dat is de bedoeling, maar de mensen zijn ook niet gek. De steun voor de oorlog neemt zienderogen af. Zeker wanneer er Nederlandse doden vallen, kelderen de cijfers pijlsnel. Nu is de helft van de Nederlanders al tegen de oorlog. Ze zien de zestien doden bij de Nederlandse militairen en vragen zich af wat het uiteindelijk opgeleverd heeft. Het is zinloos voor de Afghaanse doden, het is zinloos voor de Nederlandse doden en als straks België mee vecht, is het ook zinloos voor de Belgische doden.”

Tot zover viel de deelname van het Belgische leger in Afghanistan weinig op. Denkt u dat daar verandering in komt met de vier F-16’s en honderdveertig troepen die België in september naar het zuiden van Afghanistan stuurt?
KARSKENS: “De Belgische missie is tot nu toe rustig gebleven, omdat het om de beveiliging van de luchthaven ging. Daar wordt niet gevochten. Het is een bewakingsmissie om de stabiliteit te behouden. Maar in het zuiden van Afghanistan is de situatie helemaal anders. Daar heerst oorlog. Je moet er eerst knokken om vrede te bereiken.”

De F-16’s zullen instaan voor verkenning, konvooibegeleiding en luchtsteun.
KARSKENS: “Dat lijkt heel clean, maar die bommenwerpers maken juist de meeste burgerslachtoffers. De gevechtsvliegtuigen zijn de grootste moordenaars en benadelen de gewone burgers het meest. Met die vliegtuigen wordt België een schakel in de ketting van mensenrechtenschendingen. Ook voor de troepen lijkt het veiliger dan het is. Wanneer F-16’s heel laag vliegen, om foto’s te maken of om te schieten, kunnen ze je zo neerhalen. Eén van de Nederlanders die in Afghanistan om het leven kwam, was piloot.”

Denkt u dat België uiteindelijk zal evolueren naar een actieve deelname aan de oorlog?
KARSKENS: “België zet een heel gevaarlijke stap. Je vertrekt met vier F-16’s. Die zullen uiteindelijk toch gebruikt worden wanneer er bommenwerpers nodig zijn. Voor je het weet maak je deel uit van die oorlog. Dat risico is groot. De Navo smacht naar nieuwe militairen. De Nederlanders willen weg uit Afghanistan. De VS heeft geen oneindige schatkist en hebben troepen nodig in Irak. Dus wordt er naar Europa gekeken. De druk op de bondgenoten is groot, want het prestige van de Navo hangt af van een goede afloop van de oorlog. Ga er maar van uit dat er nog zwaar beroep zal gedaan worden op België, om de Nederlanders of een deel van hen te vervangen. Ik geef het je op een briefje: de Stepping Stone theorie. Je begint met vier F-16’s, daarna volgen er een paar reservetoestellen en dan is het maar een kleine stap om een nieuwe troepenmacht te laten uitrukken. Voor je het weet ga je bommen werpen of wordt je zelf beschoten. Pas wanneer de eerste Belgische doden gaan vallen, zal het besef komen. Je moet eerst de consequenties voelen. Die zijn nu nog niet duidelijk in België.”

Maar België blijft maar een korte periode van vier maanden en vraagt een duidelijke exitstrategie van de Navo.
KARSKENS: “(Overtuigd) En toch komt er een verlenging. Nederland zou ook maar twee jaar blijven. ‘Ik zweer het,’ zei de minister van Defensie. Maar dan komt er een andere regering of is de situatie gewijzigd. Je gaat ook niet voor vier maanden al die spullen overvliegen. Het is een principe-akkoord: eenmaal je 'ja' gezegd hebt voor vier maanden, blijf je langer en voor je het weet zitten jullie midden in de oorlog. Het is zorgwekkend dat het zo stil blijft in België. Hierover moet nú een publiek debat op gang komen.”

Minister De Crem heeft beloofd uiterst voorzichtig te zullen zijn. De interventievoorwaarden zullen voor het vertrek duidelijk worden vastgelegd. Waarom verwacht u dat de Belgen toch dezelfde fouten zullen maken als de Nederlanders?
KARSKENS: “Ze maken allemaal dezelfde fouten. De Britten bombarderen, de Amerikanen ook. Je kunt met een groot leger een rebellengroep als de Taliban nooit verslaan, tenzij je ontzettend veel burgerdoden op je geweten wil hebben. We leven nu eenmaal in een wereld waar burgers rechten hebben. Er zijn internationale verdragen om mensen waar ook ter wereld te beschermen. En het is mijn taak als journalist om daar steeds op te wijzen.”

U zei eens: Alleen de Afghanen kunnen Afghanistan helpen”. Vind u dat de Navo zich moet terugtrekken?
KARSKENS: “Ja. De Navo moet zich geleidelijk terugtrekken. Je moet niet blijven denken dat je de problemen militair kunt oplossen. De Afghanen moeten het zélf doen, ook al zijn wij verantwoordelijk voor heel veel van die ellende. Dat zal aanvankelijk heel wat rotzooi opleveren, maar zoals het nu gaat, loopt het helemaal fout. Je komt niet tot een oplossing door een blik militairen open te trekken.”
 

Nieuwsbrief







Laatste artikelen